Help, ik word mamablogger
“Yo moeders, what’s up?” Mijn zoon smijt een tas op tafel, een jas volgt en vervolgens werpt hij zichzelf in een stoel. Z’n voeten gooit hij eveneens op tafel. Ik zit tegenover hem en staar naar een computerscherm vol ingewikkelde patronen voor wikkelrokjes en probeer te bepalen wat de bovenkant is.
Eerder heb ik al talloze recepten voor chocoladekoekjes proberen te doorgronden. “Wil je thee?”, vraag ik. “Thee?” “Sinds wanneer drinken we thee?” Ik kijk even op. “Sinds ik een carrièremove maak”.
“Een carrièremove? Ga je rijk worden?” Mijn zoon is van het geld, niet om het zelf te verdienen maar hij ziet graag dat anderen dat voor hem doen. “Dat hoop ik, maar in ieder geval beroemd. Ik word namelijk mamablogger en ga over jullie schrijven. Vanaf vandaag zit ik hier aan tafel, met thee en zelfgebakken chocoladekoekjes.” “Mam” zegt hij zuchtend en rekt het woord op tot vier lettergrepen. “Jij weet amper hoe we heten.”
Waar is PP?
Het is niet zo zeer zijn onaangekondigde vertrek, als wel het feit dat hij nog steeds niet terug is, dat hen bezig houdt. “Weet jij iets van PP?”, begroet Modesta me.
We hebben elkaar een jaar niet gezien en ik ben net het activiteitencentrum voor bejaarden binnengelopen. Modesta zit met Belén en Carmen aan een tafeltje onder de televisie waarop een stierenvechter de laatste banderilla in de nek van een stier steekt. Voor hen op tafel staan glazen bier.
Het dagcentrum voor ouden van dagen biedt slechts één activiteit die culinair van aard is: olijven eten en bier achteroverslaan. Populair is de activiteit wel want het is druk aan de bar. Ik bestel een biertje en neem plaats aan hun tafeltje “Niets”, antwoord ik. Buiten dit dorp spreek ik mijn landgenoot nooit. Lees verder…
Het winkeltje
Ze zijn er allemaal vandaag; de man met het hoofd dat schuil gaat achter de veel te brede bril; de moeder van de politica, ver over de tachtig maar in het schaarse licht nog altijd jeugdig; de man uit het naburige dorp wiens handen ieder dood gewaand apparaat tot leven kunnen wekken; de vrouw met het zwartgeverfde haar die overdadig naar parfum ruikt.
Ze zitten rond de kleine tafel. Zij die er niet bij kunnen zijn houden ons gezelschap vanaf het kastje, bijeengehouden in fotolijstjes. De man met de brede bril heeft zijn hondje op schoot getrokken. Afwezig streelt hij de vacht. Het hondje steekt zijn snuit in de lucht in de richting van het fotolijstje, alsof hij zo de geur van zijn overleden vrouwtje kan opsnuiven.
De eigenaresse, ooit uit een Joegoslavisch land de Hollandse polder ingetuimeld, wijst op de schaaltjes op tafel. “Eet, het is gezond!” Zolang ik haar ken, prijst ze alle koekjes en lekkernijen aan als medicijnen. De volkoren biscuitjes zijn goed voor de stoelgang, de gembergebakjes stimuleren de doorbloeding , de mueslirepen kalmeren de maag. Als ik mijn hoofd in ontkenning schud, slaakt ze een zucht. “Neem dan in ieder geval een dropje. Dat helpt overal tegen.”
Voor me staat de kast vol beduimelde cd-hoesjes die muziek van eigen bodem, uit Afrika of Spanje bewaren en die ooit door iemand zijn weggedaan. Zoals Raimundo Amador, de Spaanse Flamencozanger die ik ruim twintig jaar geleden op een plein in Madrid blues hoorde spelen. Juist dat live concert vond ik in de stoffige kast terug.
Kuifje
Naast de cd’s, planken vol Nederlandse literatuur. Er staat een trapje voor de kast om bij de bovenste boeken te geraken, maar alleen de onnozelen gaan de strijd met de te volle planken aan. En dan, pas op, het opstapje naar de kamer erachter. Kuifje, bewaakt samen met Suske en Wiske de grens. Voorbij de strips, het rek met kleding en schoenen. Hoeveel stukken heb ik daar niet uit de rekken gevist? Bergschoenen voor de jongste, een leren broek voor de oudste. Roze pumps met zilveren hakken voor de derde. Een zwarte sweater met een duivel op de voorkant voor de enige zoon.
Als ik mijn stoel naar achter zou schuiven zou ik tegen vazen van Duits aardewerk uit het begin van de vorige eeuw stoten of tegen pastelkleurige eierdopjes uit de jaren vijftig. Het zou me op een lichte frons van hem komen te staan. Zijn wenkbrauwen zouden even worden opgetrokken en met zijn accent dat sporen van het Rijnland verraadt zou hij me vragen op te passen.
Rechts voorbij de fotolijstjes begint mijn kast. Bovenop liggen Hugo Borst en Geert Mak in steeds een andere uitgave van hetzelfde boek. Voor mijn categorie moet ik op mijn buik, plat op de vloer. Reisverhalen verdienen blijkbaar geen ooghoogte.
Op mijn buik in het smalle gangetje tussen boekenkast en boerenbontserviezen waan ik me in de verloren bibliotheek van Carlos Ruiz Zafón waar de hoofdpersoon een boek mag uitkiezen om het aan de vergetelheid te ontrekken. Met dat verschil dat ik een hele boekenplank aan de vergetelheid mag onttrekken. Nooteboom, Naipaul, Borges, Bob den Uyl. Iedere week wachten ze me op in de hoop door mij van hun plank gelicht te worden.
Als ik een week dreig over te slaan, brengt de eigenaar me op andere gedachten. Hij plukt me desnoods van straat. “Ik heb iets bijzonders voor je”, zegt hij dan opgewonden. Vanachter de glazen toonbank met de antieke kassa, duikelt hij een boek over de zwarte renaissance van Spanje op. Zo bezit ik de geschiedenis van de Flamenco, de Spaanse film in de jaren veertig, Don Quijote in strip, het lot van de zigeuner in de Spaanse film en nog stapels boeken naast mijn bed, allemaal ontdekkingen die ik ooit ga lezen.
“Tsja, zegt de man met de te brede bril, terwijl ik door een boek over de Moorse invloed in Spanje blader. Voor ons houdt een theelichtje de brandnetelthee op temperatuur. “Het zal wel even wennen worden.” Ik verlaat verdwaasd het 9e eeuwse Sevilla en kijk hem niet begrijpend aan. Heeft hij het over het recente overlijden van zijn vrouw? “Ze stoppen er mee. Ze gaan met pensioen.” Ik kijk naar de schaaltjes vol zoetigheid op tafel. Dan steek ik een handvol dropjes in mijn mond. Dat helpt immers overal tegen.
Vrouw zoekt Spaanse boer
Onlangs ontving ik een mail van Manollo of ik nog eens meewilde met een vrouwenkaravaan. Ik dacht met plezier terug aan mijn avontuur met fotografe Nicole Franken. Gepubliceerd in NRC Next.
Wat doe je als je dorp langzaam dood bloedt? Als jonge vrouwen naar de stad trekken en de mannen ongehuwd achterblijven? In het Spaanse dorp las Médulas is het een terugkerende vraag totdat op een avond één van hen, Avelino Oviedo, oppert een vrouwenkaravaan te organiseren.
“Een vrouwenkaravaan?”, hadden de mannen in Las Médulas uitgeroepen. Avelino Oviedo was op een avond met het idee gekomen. Hij had geestdriftig zijn plan ontvouwd: “We vragen vrouwen uit Madrid hier naar toe te komen. We richten de Stichting Vrouwenkaravaan van Médulas op. We trakteren ze op lekker eten, een rondleiding door de omgeving, een band met muziek en wie weet als Cupido z’n best doet… ”
Enkele weken later staat er in hartje Madrid een bus klaar om 55 vrouwen naar de provincie León te vervoeren. Een tocht van ruim vijf uur. Bij de deur staat Manolo Gozalo, de man die je inhuurt als je een karavaan wil organiseren. De man die zorgt dat er vrouwen op het evenement afkomen. In een morsig wit pak, neemt hij twintig euro in ontvangst. Dat is wat een busrit op zoek naar de ware kost.
Verlegen
Laura (27) is één van de vrouwen die de bus instapt. Zwarte lieslaarzen, zwart leren jack en een wit sjaaltje dat als teken van overgave rond haar nek hangt. Ondanks de striemende regen draagt ze een grote bruine zonnebril. Schuchter neemt ze in het midden van de bus plaats. “Ik was aan het surfen op internet toen ik de advertentie zag. “Ik ben veel te verlegen om naar een disco of zo te gaan.”
Even later stroomt de bus vol lachende vrouwen. Paula (53) neemt plaats naast Laura. “Ik ben weduwe. Het blijkt in de praktijk lastig om een andere man te leren kennen. Op mijn leeftijd ga je niet in een kroeg naar een man zoeken ”, motiveert ze haar deelname. De gemiddelde leeftijd lijkt rond de vijfendertig te liggen. Laura is met 63 jaar de gran’old lady van de karavaan. “ Voor de liefde ben je nooit te oud!”
Net voordat de bus vertrekt, verschijnt de televisieploeg van de Spaanse zender Antenna 3. De mannen worden joelend begroet. “He jij”, zegt een zwarte vrouw van rond de vijftig in een felroze pak terwijl ze de jonge cameraman in het gangpad staande houdt. “Heb jij al een vrouw? Zo niet, stappen we samen uit. Bespaart ons een lange rit!” De vrouwen gieren het uit en roffelen met hun voeten op de vloer van de bus. De toon is gezet. Het is half tien en het is feest in de bus. Als de touringcar kort daarna Madrid verlaat, wordt er veel betekenend gezongen over maagden in natgeregende grotten. Haarborstels en vijlen vliegen door de bus.
Het fenomeen vrouwenkaravaan is 25 jaar oud. Het is 1985 als in het Pyrenese bergdorp Plan de film ‘Westward the women’ wordt gedraaid. Deze film, in het Spaans vertaald als ‘de vrouwenkaravaan’ , verhaalt over een huifkarrentocht met postorderbruiden. Na het zien van de film besluiten de dorpelingen zelf een karavaan te organiseren. De reacties zijn zó overweldigend dat er een bus moet worden gecharterd om alle vrouwen naar het dorp te brengen met veertig huwelijken als gevolg.
Geïnspireerd door dit succes besluit Manolo Gozalo, zelf afkomstig uit een op-sterven- na- dood dorp, vrouwenkaravanen te organiseren. Onder het motto ‘ herbevolking door liefde’ wil hij de leegloop van dorpen tegengaan. Honger onder Franco, industrialisatie en gebrek aan werk heeft de Spaanse bevolking naar de steden doen trekken. Minder dan vijf procent van de Spanjaarden woont nog in de dorpen. Vooral vrouwen trekken weg. Mannen blijven achter om het land te bewerken.
Of Cupido , zoals hij zichzelf noemt, daadwerkelijk een bijdrage levert aan het leven inblazen van stervende dorpen, is maar de vraag. Slechts een enkele keer resulteert een karavaan in een huwelijk. Maar dat neemt niet weg dat Gozalo jaarlijks talloze verzoeken van dorpen krijgt een karavaan te organiseren. Zoals deze naar Las Médulas die de 59e uit zijn carrière wordt.
Dominicaanse
Milagros (49) is een bruisende Dominicaanse die al eerder deelnam. Dat ze nog niet de ware heeft ontmoet is des te meer reden mee te gaan. “Je weet nooit wanneer de liefde toeslaat”, grijnst ze “maar ik geniet ook van het plezier dat we als vrouwen onderling hebben.” Even later grijpt ze de microfoon en vraagt in een kort gebed of god over de vrouwen wil waken. Als er even later salsa door de bus schalt, is ze de eerste die het gangpad heupwiegend tot dansvloer verklaart.
Maar wat als ze een man vinden? Gaan deze stadsvrouwen dan daadwerkelijk in een boerendorp wonen? “Waarom niet” , zegt Astrid (32). Ik werk in Madrid omdat er werk is. Als ik uitga kom ik slechts mannen tegen die naar een avondje vertier op zoek zijn, niet naar een relatie. Ik heb geen enkele moeite met een klein dorp.” Laura heeft er duidelijk al over nagedacht want Las Médulas ligt niet bepaald naast Madrid. “Als ik een leuke man ontmoet, dan ga ik een paar maanden lang op mijn vrije dagen naar het dorp om te zien of het echt wat wordt. ”
Gevraagd naar de ideale eigenschap die de man uit Las Médulas moet bezitten valt niet één keer het woord knap of rijk, maar is oprecht het sleutelwoord. Constanza (35): “Het leuke aan een dag als dit is dat je een man in al zijn facetten leert kennen. Heeft hij tafelmanieren? Kan hij een leuk gesprek op gang houden? En zeer belangrijk…..kan hij dansen? Dansen is dé manier om te zien of een man fatsoenlijk is en normen en waarden heeft. ”
Als de touringcar vijf uur later langzaam de berg richting Las Médulas opzwoegt wordt het stil in de bus. Gespannen proberen de vrouwen openingen in de beslagen ramen te maken. Weliswaar moeten de mannen hen moeten nemen zoals ze zijn, maar Libia (48) heeft zich voor alle zekerheid al twee keer omgekleed en Astrid is voor de zoveelste keer haar make-up aan het bijwerken.
Rode heuvels
Las Médulas met zijn rode heuvels doet aan het westen van de Verenigde Staten denken. De vrouwen zien niets van het landschap. Ze focussen slechts op de mannen onder de paraplu’s die hen staan op te wachten voor het hotel.
In het hotel worden de vrouwen met een aperitief naar het restaurant gebracht. Tafels bedekt met wit damast en flonkerende wijnglazen. Het is druk, maar het aantal mannen valt tegen. Dat valt ook Joya (36) op. “Er zijn twee keer zo veel vrouwen als mannen”, constateert ze terwijl ze de zaal rondkijkt. Mannen die deelnemen aan de karavaan betalen 40 euro. Met dat geld betalen ze voor de lunch, het diner en het dansen.
Tijdens het eten lijkt de relatie tussen de vrouwen onderling te bekoelen. Waren ze in de bus nog vriendschappelijk, nu lijken ze zich te realiseren dat ze hier niet zijn om vriendinnen te maken. Met opgeduwde boezems en ver openstaande decolletés worden de wapens in stelling gebracht. Mannen mogen dan tijdens het dansen worden beoordeeld, al bij middageten wordt duidelijk welke mannen slecht gemanierd zijn. Er wordt geboerd, gelald en als een man roept dat ie gekomen is om te neuken, valt er een pijnlijke stilte.
Buiten het restaurant kijken twee mannen de zaal in. “We zijn slechts gekomen om het fenomeen van de vrouwenkaravaan te aanschouwen”, haast de ene zich te zeggen. “De mannen die daar aan tafel zitten, zijn zwijnen. Of ze hebben al een vrouw of ze verdienen er geen”, verduidelijkt hij. “Sterker nog de mannen die wel een vrouw zouden willen, durven niet aan te schuiven, bang dat het dorp ze uitlacht”, zegt de ander.
Ondanks het tegenvallende aantal mannen is het Marleen (57) gelukt een man aan haar zijde te scharen in de luttele tijd tussen aankomst en lunch. De man, die duidelijk te veel gedronken heeft, wordt nog voor het dessert weer afgeserveerd. En niet alleen vanwege zijn drankkegel. “ Getrouwd, gescheiden, getrouwd, gescheiden”, vat Marleen samen. “ Wat moet ik daarmee. Ik wil een stabiele man.”
Op het centrale plein van het dorp staat een grote biertent waar na het middageten muziek speelt. Het is het jaarlijkse dorpsfeest van de patroonheilige San Simon. En uitgerekend deze heilige zal roet in het eten gooien. De stichting Vrouwenkaravaan Las Médulas waarvan Avelino de voorzitter is heeft besloten geen diner-dansant in het hotel te organiseren, zoals bij een karavaan gebruikelijk is. “We zijn hier om elkaar te leren kennen en er is geen mooiere manier om dat te doen dan op onze eigen dorpsfeest in de tent”, verklaart Avelino .
Verkeerd
Maar die keuze valt verkeerd bij een deel van de vrouwen. Door het extreem slechte weer is het dorp een modderpoel en dat geldt ook voor de vloer van de tent. In hun jurkjes en hoge hakken zijn ze absoluut niet op een biertent gekleed. Het leidt tot een schisma binnen de groep. Een aantal vrouwen, waaronder Astrid wil acuut naar huis en eist op hoge toon dat Manolo de bus laat voorrijden om terug te gaan naar Madrid.
Maar Manolo is in geen velden of wegen te zien en dus laten de vrouwen zich woedend richting het avondeten dirigeren. Als rond 23.00 uur de laatste cognacjes bij het dessert zijn genuttigd, laat de boze groep zich op banken in de lobby zakken om daar tot het ochtendgloren op het vertrek van de bus te wachten. Constanza die de waarden en normen van een man uit zijn dansen kan opmaken blijft in het hotel. “Er is ons een bal voorgeschoteld, we krijgen een biertent. ” Milagros, laat zich door een tent niet uit het veld slaan en steelt een half uur later dansend de show.
Avelino is tevreden. “We hebben ons dorp op de kaart gezet. De vrouwen hebben het duidelijk naar hun zin”, zegt hij wijzend op de vrouwen die in de armen van dorpelingen door de tent zwieren. “En het is een boerendorp, beetje modder moet je tegen kunnen.”
Een handvol mannen
Om half vier ’s nachts zet de karavaan zich weer in beweging. Slechts een handjevol mannen komt uitzwaaien. Even ziet het er naar uit dat Libia is achtergebleven, maar dan blijkt dat ze op het toilet opgesloten zat. Het is stil en donker op de terugweg. Door de kou liggen de vrouwen verstopt onder hun jassen. Hun stemmen klinken gedempt. Astrid kijkt boos en ook de oudere Laura is niet te spreken: “Het was slecht georganiseerd. De mannen uit dat dorp hebben geen respect voor vrouwen .” Joya daarentegen is niet gaan dansen maar heeft een aardige man leren kennen. Of er een vervolg komt, weet ze nog niet. “We zien wel”, klinkt het slaperig vanuit de stoel. De jonge Laura zit met rode blossen op haar wangen in de stoel. Ze heeft de hele avond met een vliegtuigingenieur gedanst. “Wie zegt dat je op zoek naar een boer moet zijn?”
Boikpijn en poepen
Hij is vier en zit naast een enorme mand lego. Uit de berg plastic steentjes vist hij meedogenloos de infiltranten op: een draadje, een soldaatje, een kapot bordje van een serviesje. “Mag niet”, luidt steevast zijn commentaar. Hij rochelt als een oude man en haalt veelvuldig zijn neus op. “Neusamandelen”, had zijn moeder gezegd toen ze hem afleverde.
Hij komt logeren. Een nachtje. Dat het idee zeker niet van hem kwam, heeft hij ons al luidkeels te kennen gegeven. Het begon nochtans veel belovend. Stoer kwam hij op zijn sportschoentjes aangetrippeld. Zijn moeder had hem verteld dat we naar de bergen gingen en daar had je stevige schoenen voor nodig. Even dreigde een ongemakkelijk moment toen de honden aan hun welkomstritueel wilden beginnen door ieder aan een sportschoen te snuffelden. Het gevaar werd vroegtijdig in de kiem gesmoord. “Ik ben bong voor lullie,” sprak hij ferm tegen de honden nadat hij zich veilig achter mijn benen verschool. Lees verder…
In het voetspoor van een prins
Gepubliceerd in reismagazine Grande april 2012
Fotografie Nicole Franken
In 1469 trekt een jonge prins van Zaragoza naar Valladolid om te trouwen met een vrouw die hij nooit eerder zag. Van liefde was geen sprake. Het huwelijk van Ferdinand van Aragón met Isabel van Castilië was slechts een zakelijke kwestie om twee koninkrijken tot één te voegen. Wij reisden af naar de hoofdsteden van weleer, in het voetspoor van de prins.
Ze zijn 71 en 76 jaar oud en kijken bedenkelijk. Juan draagt een zwarte baret die scherp aftekent tegen de bruin-rode façade van het stadhuis van Valladolid. Pablo’s jasje is van hetzelfde rood als de Plaza Mayor die hem omringt. Het rood van stierenbloed waarmee de panden vroeger van kleur werden voorzien. “Weet u wat het is”, zegt Juan uiteindelijk en richt zich tot de fotografe. “We zijn bang dat u de foto’s zult plaatsen in een erotisch blaadje, we worden liever niet gefotografeerd.” Het duurt even tot het doordringt wat hij zegt. Lees verder…
Wal dreigt voor binnenvaartschippers
Gepubliceerd in de Groene Amsterdammer/LAB maart 2012
Fotografie: Nicole Franken
Het water staat ze aan de lippen, faillissement ligt op de loer. Nederlands laatste nomaden, de binnenschippers, hebben het zwaar. “Nog even en het is met ons gedaan!”
De lucht boven het schip is zo grijs als het dek van de Franto. David Twigt (58) en partner Sunniva Fluitsma (52), eigenaren van de Franto, zijn die morgen uit Amsterdam vertrokken op weg naar Hekendorp. De vracht bestaat uit 250 ton geperste palmpitten die straks als veevoer zullen dienen. Een tocht van ruim tien uur voor een schip dat twaalf kilometer per uur vaart en met enige regelmaat stil ligt voor een sluis.
Vijfduizend kilometer aan vaarwegen, heeft Nederland. In totaal varen er zo’n 6000 binnenvaartschepen door het land. Samen zijn ze goed voor dertig procent van de te vervoeren goederen. Maar de vraag is; hoe lang nog? Want de binnenschippers hebben het moeilijk. Uit het rapport ‘De kleine binnenvaart in zwaar weer’ dat de SP deze maand presenteerde , blijkt dat een deel van de schippers op een faillissement afstevent.
“Maak haar maar weer vast”, klinkt het door de marifoon, als de Franto op het punt staat Alphen aan de Rijn te verlaten en contact legt met de volgende sluiswachter. “Je ken er niet door, gaat nog wel effe duren.” Twigt besluit echter de motor stationair te laten draaien en het schip stroomafwaarts te laten drijven tot aan de sluis. Scheelt weer gasolie. Een pony graast langs de rivier. Tussen de flats doemt een molen op. Regen klettert op het schip. Lees verder…























