Verhalen uit Absurdistan

Waar is PP?

IMG_4667

Spanje – Het is niet zo zeer zijn onaangekondigde vertrek, als wel het feit dat hij nog steeds niet terug is, dat hen bezig houdt. “Weet jij iets van PP?”, begroet Modesta me. We hebben elkaar een jaar niet gezien en ik ben net het activiteitencentrum voor bejaarden binnengelopen.

Modesta zit met Belén en Carmen aan een tafeltje onder de televisie waarop een stierenvechter de laatste banderilla in de nek van een stier steekt. Voor hen op tafel staan glazen bier. Het dagcentrum voor ouden van dagen biedt slechts één activiteit die culinair van aard is: olijven eten en bier achteroverslaan. Populair is de activiteit wel want het is druk aan de bar. Ik bestel een biertje en neem plaats aan hun tafeltje “Niets”, antwoord ik. Buiten dit dorp spreek ik mijn landgenoot nooit.

Verongelukt

Belén buigt zich over de tafel naar mij toe: “We denken dat hij dood is, verongelukt met de motor, mogelijk vermoord.” Voor Belén is het dagelijkse leven saai. Als jong meisje trotseerde ze haar boerenouders door te trouwen met een indiaan, die haar ’s nachts naar Zuid-Amerika ontvoerde althans, zo luidt haar versie. De indiaan bleek homoseksueel te zijn. Deze versie, hoewel ook leuk, komt van de dorpsbewoners.

Ze verliet uiteindelijk Ecuador voor een Schot. Toen de natte kou van het noorden in haar botten kroop en zelfs de whisky haar niet meer verwarmde, besloot ze terug naar huis te keren. Om het rustige dorpsleven van kleur te voorzien, roept ze af en toe dat er meer geneukt moet worden. Of dat er iemand dood is, meestal als gevolg van een volstrekt onnavolgbare complottheorie.

Niemand die reageert, dus gooit ze theatraal haar armen in de lucht en verandert dan van onderwerp; de bedevaart komend weekend. Nu de hemel na zes maanden plotseling water over het verdroogde land uitstort, is het maar de vraag of de maagd het tijdens de rondgang door de velden droog zal houden.

“Kun je niet eens bellen?”,vraagt Modesta en schuift mij een nummer toe. De vraagt slaat op PP niet op de maagd.

Hoewel ik me niet direct zorgen maak over PP, stuur ik hem ’s avonds een sms-je op het nummer dat Modesta me gegeven heeft. Voor de zekerheid stuur ik hetzelfde bericht ook nog eens met het landnummer van thuis ervoor. Er komt geen antwoord.

Het is ruim tien jaar geleden dat PP op een motor in het dorp verscheen. Een jonge vent, eind twintig, lange wapperende blonde haren, reed ronkend de Plaza op. De 116 inwoners waren verbijsterd. Wat zo’n jonge vent nou toch tussen de bejaarden moest? Maar PP leek happy. Hij kocht een stukje land, leefde van de opbrengst en bemoeide zich vooral met zichzelf. Wat hij niet had, kreeg hij in ruil voor hand- en spandiensten. Een gemetseld muurtje in ruil voor dekens. Als het te koud werd verdween hij zonder wat te zeggen. Naar een vriendinnetje in de stad dat hem warm hield tot de zon het weer van haar overnam, of naar zijn vaderland om daar paradoxaal genoeg even op te warmen. Na verloop van tijd kwam hij weer boven water. Nu was hij blijkbaar te lang verdwenen.

Verkommeren

Als ik ’s avonds een wandeling door de velden maak, zie ik Juan met zijn herdershond. “Enig idee waar PP is”, vraagt hij. Ik schud mijn hoofd. “Vreemd”, zegt hij peinzend, terwijl hij op zijn wandelstok leunt. “Die jongen is te lang weg, zijn gewassen verkommeren. Het klopt niet.”

Als Juan verder loopt, besluit ik het pad naar PP’s land op te lopen. De korenhalmen, die her en der verdwaald tussen de klaprozen staan, buigen lichtjes voor de wind. Het pad naar de finca is nauwelijks zichtbaar. Het is duidelijk dat er lange tijd niemand meer gelopen heeft. Aan het eind van het pad staat een hek, afgesloten met een fietsketting. Ik loop om het hek en kijk goed waar ik mijn voeten neerzet. PP’s verhalen over schorpioenenbeten en een slangennest bij het hek, staan in mijn geheugen gebeiteld. Ik bekijk angstvallig iedere steen van het stapelmuurtje waar ik overheen klim. Aan de andere kant van het muurtje zakken mijn laarzen tussen de wilde bloemen. Het is stil, op de wind en enkele zwaluwen na die kwetterend over het terrein scheren.

Of het nu door Belén en Juan komt, weet ik niet maar het voelt ineens niet goed. De deur van zijn bescheiden woning, is met een ketting hermetisch gesloten. Wat als hij dood in zijn woning ligt? Voor de deur ligt vuilnis. Als een Sherlock prik ik in de zak en ontdek een pak melk met een datum van november 2011.

Het rare is niet zozeer de datum, als wel dat PP nooit zomaar een zak vuilnis zou laten rondslingeren. PP is Mister Milieufreak himself. Voorzichtig snuf ik of iets raar ruik. Alsof ik weet hoe een ontbonden lichaam ruikt. Ik ruik echter alleen de zoete geur van de miljoenen gele bloemetjes in het veld.

Terwijl ik naar de heuvels staar waarachter de zon knalrood verdwijnt, bedenk ik dat als PP niet dood in zijn woning ligt, er nog tal van andere scenario’s denkbaar zijn. Alle complottheorieën van Belén samen zijn nog niet toereikend, om te verzinnen wat er met hem gebeurd kan zijn. Waar andere bezwijken aan een slopende ziekte of een verkeersongeval, wordt PP’s leven bedreigd door tal van absurditeiten. Zo lag hij ooit drie dagen koortsig ijlend in zijn weiland na een schorpioenenbeet. Ook wist hij ternauwernood, volgens eigen zeggen, uit de klauwen van een woeste slang te blijven die hem woedend achtervolgde nadat hij op de motor de kolos zowat in tweeën reed. “Die beesten kunnen makkelijk 80 kilometer per uur halen.” bezwoer hij me later.

Dikke Sara

En hoe was het mogelijk dat hij als enige op de hoogte was van de anaconda die het waterreservoir onveilig maakte? En als hij al die beestenal overleefde waren daar altijd Dikke Sara en haar broers nog om hem te bedreigen. Dikke Sara was het derde product van een relatie tussen broer en zus. Ze was simpel en vilein. Ze groeide op met een gewelddadige vader en twee broers die daar niet voor onder deden en zelf ging Dikke Sara een gevecht ook nooit uit de weg. Al jaren probeerde haar vader zijn dochter aan de man te krijgen, maar niemand die daar in trapte. Op een dag verscheen PP in het dorpszwembad. De knappe man met de wapperende haren was precies wat Dikke Sara zich bij haar prins had voorgesteld en ze was op hem afgestapt en had hem verordonneerd met haar te trouwen.

Aanvankelijk had PP het nogal vermakelijk gevonden totdat bleek dat het Sara ernst was en ze op de gekste momenten bij zijn finca verscheen. Toen PP op een dag met een vriendin aan zijn zijde door het dorp liep, had Dikke Sara hem bij zijn strot gepakt en gevraagd wat haar vent met een andere vrouw deed. Toen PP haar zei dat hij haar geen uitleg verschuldigd was, had dikke Sara haar broers geroepen en was PP met een schot hagel in zijn kont aan de clan ontkomen. Diezelfde kont waar eerder de bejaarde poedels van het plaatselijke circus in gehapt hadden. En die vermoedelijk ook door de ontsnapte krokodil van een ander circus tot krokodillentapa zou zijn verworden als PP niet tijdens die zoektocht naar de krokodil door een schorpioen was gebeten waardoor hij ijlend in het weiland lag.

Nu ik hier zo voor zijn huis de mogelijkheden overwoog, stond het haar op mijn armen overeind. PP kon van alles zijn overkomen. Ik besluit naar huis te gaan en te zien of ik het adres van PP’s ouders kan achterhalen om via hen te vernemen of alles met hun zoon in orde is.

De volgende morgen vraagt Belén of ik haar een lift kan geven naar de stad. Haar auto wil niet starten. Als ik haar heb afgezet, rijd ik door het centrum in de richting van de supermarkt die op een van de heuvels ligt.

Ik denk na over PP en probeer dat wat ik in de loop der jaren van en over hem gehoord heb voor de geest te halen in de hoop dat het licht werpt op zijn verdwijning. Terwijl ik voor het stoplicht bij de rivier wacht, zie ik een jongen met een paardenstaart aan de overkant van de brug lopen. Ik geef gas en rij dwars over het kruispunt, de brug over. Een horde auto’s protesteert luid toeterend. Ter hoogt van PP draaide ik het raam open. “Hé PP goed je te zien man. We waren ongerust over je. Belén dacht zelfs dat je dood was, vermoord nog wel. Langzaam draait PP zich naar mij toe. “ Sorry”, zei hij in het Spaans met dat flardje Vlaams aan de randjes. “Kennen wij elkaar?”

10 Responses to “Waar is PP?”

  1. Ann

    Ondankbaar, langharig nest! ;) En ik wist het: je brengt weer geweldige verhalen mee. Ik hoef nooit meer op vakantie sinds ik je gevonden heb.

    Beantwoorden
  2. hondaluza

    En deel 2 mogen we natuurlijk zelf invullen? Ik gok op geheugenverlies na een confrontatie met een wilde stier die hij tegenkwam, toen hij weer op de vlucht sloeg voor Dikke Sara, die overigens een leven leidt (lijdt!) waar de hele Westerse pers van zou smullen…

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Basic HTML is allowed. Your email address will not be published.

Subscribe to this comment feed via RSS

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 3.092 andere volgers

%d bloggers like this: