Met m’n armen vol Turks meisje

Dieren – Het had een eitje moeten zijn. Ik zou de vijf kilometer naar het station peddelen. Daar zou ik mijn fiets op de vaste plek achter het transformatorhuisje aan het hek vastmaken. Met mogelijk iets meer moeite zou ik een treinkaartje pinnen en dan zou ik, als t allemaal meezat, een uur later in Utrecht zijn. Kortom, eitje!

En dat leek het ook te zijn. Zelfs de automaat bleek dit keer niet moeilijk te doen en mijn  pinpas zonder verdere tegenwerpingen te aanvaarden. Terwijl ik het treinkaartje in mijn portemonnee stopte, hoorde ik een meisje schuin achter mij in haar mobiel snuffen dat ze geen idee had hoe ze thuis moest komen. Het was een Turks meisje. Jong nog. Zestien? Mogelijk. Veertien had ook gekund. Klein, mollig en met mooie ogen die nu vol tranen liepen.

Blijkbaar had degene met wie ze belde iets gesuggereerd want ze klapte haar telefoon dicht en liep op mij af. “Mevrouw kunt u mij helpen? Ik heb een treinkaartje nodig, maar kan niet pinnen. Ik heb alleen contant geld.” Geen probleem, dus pinde ik voor de tweede keer een kaartje uit de automaat. Zij overhandigde mij het geld en zonder er naar te kijken liet ik het in mijn portemonnee vallen.

Drenkeling

Net toen ik mijn tas dicht had gedaan, hoor ik een heel hoog klaaglijk geluid. “Mevrouw!”  Voor ik goed en wel besefte wat er gebeurde, stond ik met mijn armen vol Turks meisje. Ze had zich letterlijk in mijn armen geworpen en hing nu als een drenkeling aan een boei. Zo moet t zijn als je iemand uit t water wil redden en zelf mee verzuipt,  schoot het door me heen,  De drenkeling in dit geval, had haar armen om mijn middel geslagen en met stijf dicht geknepen ogen jammerde ze onafgebroken: “Oh mevrouw, oh mevrouw”

Ik had geen idee wat dit vreemde gedrag veroorzaakte totdat van achter mij een lange zwarte jongen zich over mij heen boog en het meisje hard op haar hoofd sloeg. Klets. Het meisje jammerde nu harder en mijn verbijsterd brein probeerde razendsnel stukjes informatie tot een coherent geheel te smeden; zwarte jongen, Turks meisje, wie was deze jongen in relatie tot dit meisje? Hoe gevaarlijk was deze jongen? Waar kwam hij ineens vandaan? Ik had ‘m helemaal niet op het stille perron gezien.

Vanuit mijn ooghoek zag ik een groepje bejaarden voor zich uit staren. Daar viel weinig van te verwachten. Ik ben met mijn 1.60 meter niet erg groot en ik ben al helemaal niet dapper. Koortsachtig probeerde ik de situatie in te schatten. Kon ik die jongen op neutrale toon vragen op te houden, zoals ik op school wel eens doe als pubers aan elkaar zitten te trekken? Had hij een wapen?

iphone 702

De jongen bleek mij nauwelijks te zien. Zijn agressie was eerder plichtmatig dan opgefokt. Ik vormde een slechts een obstakel in zijn aanvallen op het meisje.

Met haar loodzware passieve lijf in mijn armen draaide ik moeizaam rondjes om hem mijn rug toe te keren in de hoop de slagen te kunnen breken. “Vuile hoer, nou heb je geen praatjes meer hé? Ik ga jou errug dood maken.”  Mijn brein registreerde de absurditeit van het woord errug.

Ik had geen idee wat ik moest doen anders dan het meisje en mijzelf uit de slagen van die jongen te houden. Mijn verzoek om op te houden, leek hij niet te horen en het gejammer van het doodsbange meisje leek hem alleen maar vastberadener te maken.

Struikelend

En toen ineens was daar de trein. Ik worstelde me naar voren en  duwde met alle macht het passieve kind naar de treinopening, struikelend vielen we naar binnen. Toen de trein zich in beweging zette, kwamen ook de anderen ineens tot leven. Ik vroeg iemand de politie te bellen en sleurde het meisje de coupé in. Door het raam zag ik dat het perron verlaten was.

“Oh mevrouw, u wil niet weten wat mij allemaal overkomen is”, huilde het meisje. Wrong! Dat wilde ik wel en een beetje snel ook.

Ik voelde een razende woede opkomen die ik kende van de momenten waarop je een verloren kind opgelucht in je armen sluit terwijl je het eigenlijk wel kunt wurgen.

Van haar gezucht en gehuil en veel tussen de regels door lezen, begreep ik dat ze via MSN een jongen had leren. Een jongen, waarvan ze beweerde dat ze die ook in het echt kende, maar haar pogingen om dat voortdurend te benadrukken, suggereerden het tegenovergestelde. Ze was van Doetinchem naar Dieren gereisd om de jongen daar te ontmoeten. Geen voor de handliggende keuze bij een normale ontmoeting.

De jongen met wie ze had afgesproken was niet komen opdagen en in plaats daarvan werd ze opgewacht door deze idioot die aan haar was gaan trekken. In paniek was ze terug het station opgerend waar ik haar had aangetroffen en een kaartje voor haar had gekocht. Ik vond eigenlijk dat ik haar ouders moest bellen, maar dat leidde tot nog meer hysterisch gehuil. In Arnhem werden we opgewacht en ik duwde haar in de armen van een struise blonde politiemevrouw. Vanuit mijn trein zag ik haar later de trein naar Doetinchem instappen. Dit meisje zou zo snel geen tweede keer met een onbekende afspreken, maar ik vrees voor al die andere tieners die klootzakken in plaats van romantiek aantreffen.

Categorieën:Nederland, Samenleving

9 Comments

  1. WOW, wat een verhaal! En blij dat er nog mensen zijn die wel mensen in nood helpen, ook al lopen ze daarmee zelf gevaar. Toch kan ik het me stiekem ook wel voorstellen als het niet gebeurt… Zoveel zinloos geweld tegenwoordig. Ik hoop dat dit arme meisje hier wel van heeft geleerd.

  2. Zohal

    Anneke, ik ben werkelijk in de ban van de manier hoe jij een verhaal vertelt. Dit verhaal is prachtig maar juist ook door jou vertelwijze! Kan niet wachten je weer te zien. Is alweer een jaar terug. Veel liefs en een trouwe fan!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s