Bryan & Elizabeth

New-Orleans Ik had hem bijna over het hoofd had gezien. Vreemd, want hij is moeilijk te missen. Zijn bronzen lichaam, iets naar achteren gebogen door de kracht van zijn bulderende lach, staat hoog op een betonnen voetstuk.

Tijdens research voor een verhaal over New Orleans, stuitte ik op een artikel in de Times Picayune over de veroordeling van een jonge man. De feiten waren vaag en tegenstrijdig. Ik heb het gegeven als uitgangspunt voor mijn verhaal genomen.

In een opwelling had ik besloten de rivier over te steken naar de westoever. Naar het Algiers van Bryan en Elizabeth.

Eerder die morgen had ik een tijdje voor Elizabeths pancakehouse gedraald. Betsy’s, staat er in vrolijke neonletters boven het blauw van de luifel. Het eettentje ligt verscholen tussen hoge gebouwen, weg van het toeristisch gedeelte van Canalstreet. Het geniet een zekere faam sinds Bush er op een vochtige morgen een pannenkoekje kwam eten. De andere gasten, arbeiders uit de buurt, hadden verbijsterd toegekeken hoe de man, die tot dan ingelijst boven de bar hing, aan een plastic tafeltje aanschoof.

Hoewel nationale en lokale nieuwszenders hun uiterste best hadden gedaan zich het kleine restaurantje in te persen, deed de president of het een spontaan bezoek betrof. Met ingetogen wellust had hij naar de serveersters geknipoogd. Dikke Mary was van pure opwinding uit haar stoel gegleden. Niet dat iemand het had gezien.

Eliszabeth

Elizabeth, een rood potlood achter haar oor, had haar handen langs haar schort gestreken en was vanachter de bar naar hem toegekomen.  “Hello dear “, had ze de president begroet. Geduldig  had ze zijn gezemel over zich heen laten komen en gevraagd of ze hem de bosbessen mocht aanbevelen.

Ernstig had ze vervolgens zijn wensen op haar klembord genoteerd. Twee bosbessen- en een spekpannenkoek later had de president haar bedankt met een kin die glom van het vet en haar een blikken doos overhandigd. “Een kleinigheidje had hij gezegd.” Op het deksel glinsterde de machtige Amerikaanse adelaar.

“Maak open”,  hadden de gasten geroepen, zodra de president zijn hielen had gelicht. Maar Elizabeth had haar hoofd geschud en met een venijnig tikje de volumeknop van de cd-speler harder gezet. Louis Armstrong’s hese brom liet weten dat ‘life niet meer the same zou zijn. Iemand had dikke Mary terug in haar stoel gehesen.

English: Louis Armstrong, jazz trumpeter Franç...
)

En nu was Elizabeth dood.

In een vrijwel lege ferry glijd ik traag over de Mississippi. Achter mij maakt  de hoogbouw van New Orleans zich langzaam uit de voeten. De motoren bonken ritmisch: Bryan en Elizabeth, Bryan en Elizabeth. Een cijferanagram: hij 27,  zij 72. Hij zwart. Zij blank. Ze woonden ieder aan een kant van de General de Gaulle Drive. In kleine houten huisjes.

Elizabeth was nooit getrouwd geweest. Wel was er een dochter. Van een zwarte man werd er gefluisterd, al was de dochter blank. Elizabeth was er nooit op ingegaan. “Voor mij zijn er maar twee mannen:  God en Louis Armstrong.” Voor zover de gasten konden beoordelen kwam geen van twee in aanmerking als verwekker van de doc

Stringente omgangsregels

Elizabeth had haar liefdes onderworpen aan stringente omgangsregels. Zondag was voor Hem. Dan moest Armstrong wijken. ’s Morgens ontmoetten ze Hem in de kerk en ’s avonds knielde ze nog eens op het koude vinyl van de slaapkamer. Daar, met haar handen ineengevouwen, vertrouwde ze Hem haar zonden toe, terwijl haar ogen op de blikken doos met de adelaar onder het bed rustten. De rest van de week  domineerde Satchmo. Vanuit de speakers boven de bar deelde de trompettist zijn verwondering met de gasten. Over de schoonheid van de wereld, la vie en rose.

Algiers kwam in zicht. Ik vroeg me af of Bryan ooit bij Betsy’s had gegeten. Of ze hem ‘liefie’ had genoemd. Met mijn ogen strak op de loopplank gericht, ging ik van boord. Ik struikelde desondanks. Toen ik opkeek stond hij daar.

“Satchmo?” Ik meende dat hij “hi doll’’ zei, maar misschien verbeeldde ik me dat. Blijkbaar vond hij mijn verbazing vermakelijk, want hij grijnsde uitbundig met zijn hoofd in zijn nek. Ik hoorde zijn bassende lach met de rafelende randjes. Ik ging bij hem zitten in het gras.

Elizabeth hield hartstochtelijk van Sachmo. Of hij ook van haar had gehouden? Ik vertelde Satchmo dat een week na Elizabeth’s dood er plotseling een zekere Bryan was gearresteerd.

Bryan  groeide op met alleen een moeder.  Zijn vader had hij nooit gekend of het moest een van de mannen zijn die om zijn moeder scharrelden, maar dan waren ze het hem in ieder geval vergeten te vertellen. Hij was een rustige jongen die zich verloor in dagdromen en marihuana.

Op een zondagavond in mei, zonder middelen om zijn lege ziel te vullen, had hij de auto gepakt naar de overkant van De Gaulle. Bryant wist dat Elizabeth vroeg naar bed ging. Hij had haar talloze keren geobserveerd.

Elizabeth was die avond, zoals iedere avond, tegen negenen in bed gekropen. Iets na vieren zou de wekker gaan en moest ze er uit om pannenkoeken te serveren aan de overkant van de rivier.  Haar gebit rustte in het roze bakje naast het bed. In haar bruin geverfde haren staken krulspelden.

Bruut geweld

Midden in de nacht werd ze bruut gewekt door het geweld waarmee de achterdeur uit de sponning werd gekrikt. Verlamd keek ze toe hoe twee mannen haar slaapkamer binnendrongen en haar sommeerden de kluis te openen. In haar angst en verwardheid wist ze de combinatie niet meer.  Zonder gebit was ze onverstaanbaar. In razernij ontstoken, ramden haar belagers de krulspelden tot bloedens toe in haar hoofd.

De volgende morgen sloegen verontruste gasten alarm toen de deuren van Betsy’s gesloten bleven. Op weg naar het ziekenhuis mompelde Elizabeth over  ‘hen’ en over een ‘blanke’ man.

Toen Elizabeth twee dagen na de brute aanval, enigszins leek te herstellen en zich in haar ziekenhuisbed opmaakte om dikke Mary te ontvangen, zakte ze plotseling in elkaar. Een hersenbloeding, vermoedelijk veroorzaakt door de klappen op haar hoofd. Ze overleed diezelfde dag. De gasten stroomden massaal naar Betsy’s. De president stuurde bloemen. Een buurman wist zich een zwarte jongen te herinneren die regelmatig voor haar huis rondhing.

american-eagle-flag-head-31000

“Je bent gesignaleerd voor het huis van Betsy”, had de agent tegen Bryan gezegd tijdens het verhoor twee dagen na Elizabeths dood.  “Klopt”, had Bryan toegeven. Hij  had daar in de buurt marihuana gekocht.

Hoewel Bryan beweert nooit in het huis van Elizabeth te zijn geweest, waren er op de koevoet in zijn auto splinters verf gevonden die overeen kwamen komen met de verf op de deurpost van Elizabeth’s huis. Natuurlijk had hij een koevoet in de auto. Die had hij onlangs gebruikt bij het verwisselen van een wiel, zo had hij verklaard.  Dat het DNA niet overeenkwam met het zijne, gaf toch aan wat het was. Toeval.

Vanaf het bronzen standbeeld van Louis Armstrong heb ik zicht op de stalen tolbrug over de Mississippi, die een cruciale rol speelde in de veroordeling van Bryan. Waarom rijdt zijn auto over de brug als hij beweerde thuis te zijn de nacht dat Elizabeth  werd beroofd?

Bryan was verbaasd geweest over die vraag. Hij was niet gewend dat mensen aandacht aan hem schonken. Vooruit, hij had wat gedronken in een kroeg aan de overkant van de rivier waar hij met de blonde serveerster had staan kletsen. Sorry, het was hem ontschoten. Er had ook niemand naar gevraagd. Maar dat bewees toch juist dat hij Elizabeth niet had vermoord?

Blonde serveester

“Er werkt hier helemaal geen blonde serveerster ”, had de bareigenaar tegen de politie verklaard. Een dag na Bryans veroordeling voor de moord op Elizabeth, kwam de blonde serveerster ineens boven water. “ Op vakantie”, zo verexcuseerde ze zich. Ja ze kon zich Bryan nog goed herinneren, al interesseerde het inmiddels niemand meer waarom.

Elizabeth had net met Hem gesproken toen er een zachte tik op het raam klonk. Alleen het oogwit van Bryan was in het donker te zien. Maar zelfs met haar ogen dicht zou ze geweten hebben wie daar stond. Zo hadden ze een tijdlang gestaan, tot Elizabeth zich verwijderd had. Even later was ze terug gekomen met de doos met de adelaar en had de deur van het slot gedaan. Toen ze de doos opende en geld in ontvangst nam, had haar hand even de zijne beroerd. Toen hij later naar de auto liep, voelde hij haar blik in zijn rug.

“Natuurlijk had hij het niet gedaan. Zeiden ze dat niet allemaal?”  Op het beeldscherm had de burgemeester van New Orleans afkeurend met zijn tong geklakt. Het recht had gezegevierd, al kregen ze  Elizabeth er niet mee terug. Dat Elizabeth in de ambulance van een blanke had gerept, veegde hij van tafel. Oudere dames, laten we wel wezen, beweerden wel vaker wat.

Trouwens, dat wilde hij nog wel even kwijt en hij glunderde. “Het was niet bepaald een licht die Bryan. Een huis beroven met een doos vol wiet onder je arm?” Hadden de agenten gevonden onder het bed van Elizabeth. Mooie doos. Met een glimmend logo van de Amerikaanse adelaar.

Categorieën:Amerika, VerhalenTags: , , , , , ,

6 Comments

  1. Ik had dit verhaal nog niet eerder zien staan, dat betreur ik, want ik vind het een mooi, treurig verhaal, dat mij op een of andere manier dwong om het nog een keer over te lezen, waarna ik het triest bleef vinden, maar wel nog meer waardeerde. Kort om het roept bij mij tegenstrijdige gevoelens op.
    Groeten,
    Aldert

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s