Naar school op de Westelijke Jordaanoever

Beit Sahour – Aarzelend gaat een vinger omhoog als ik vraag of er nog vragen zijn. Ik wijs een meisje in de linker rij aan. “Wat vinden Nederlanders eigenlijk van ons?” Goede vraag”, antwoord ik terwijl ik tijd probeer te rekken. Want hoe leg je een 15-jarig Palestijns meisje uit wat een volk in Nederland vindt.

Weet ik dat trouwens wel? Gelukkig word ik gered door een jongen die het meisje overschreeuwt en me vraagt wat er toch mis is met het Nederlandse voetbal? Er ontstaat een discussie over de prestaties van ons nationale elftal en de vraag lijkt vergeten.

Dit verhaal is gepubliceerd in het decembernummer van het vakblad Schooljournaal  

Later, op het schoolplein, dribbelt hetzelfde meisje met een bal naar me toe. “U vond mijn vraag lastig hè?”

“Ja, antwoord ik naar alle eerlijkheid. Ik ben te gast op de Evangelische Lutherse school in Beit Sahour, een christelijk Palestijns dorp aan de voet van Bethlehem. Het is oktober. Van het geweld dat een maand later losbarst is nog niets te merken. Ik had van te voren een afspraak willen maken.  “Hoeft niet”,had een vriendin gezegd die in de regio woont. “Palestijnen kunnen niet plannen, maar dat is ook hun kracht. Als je spontaan langs gaat, organiseren ze zonder problemen een prachtige dag voor je.”

En dus was ik op een morgen door de openstaande deur in het groene hek gestapt, langs de uit zandsteen opgetrokken Lutherse kerk gelopen en uitgekomen op een groot veld. Meisjes speelden voetbal samen met een paar jongens op een sportveld. Groene bomen waarvan de takken lui over de picknicktafels hingen zorgden voor schaduw en overal liepen en aten leerlingen in witte poloshirts en zwarte spijkerbroeken.

Missionarissen

“Onze school is één van de vier privéscholen in Beit Sahour”, vertelt rector  Shawqi Hawash die direct tijd voor me vrij maakt als hij hoort dat ik zijn school wil bezoeken. “Het is de oudste school hier en bestaat sinds 1901 toen Duitse missionarissen haar oprichtten. We hebben zowel moslims, zo’n 20 procent, als christenen hier op school en dat reflecteert de samenstelling van het dorp.”

“Wat zou je graag willen zien?”, vraagt Hawash en pakt een pen en het lesrooster. “Wil je lessen Engels bijwonen? Duits misschien? We hebben ook muziektherapie, een winkel , het  leerlingenparlement en het beste meisjesvoetbalteam van de Westelijke Jordaanoever.” Ik geef toe dat ik even uit het veld ben geslagen. Hawash brengt me naar de lerarenkamer waar de docent Engels tevens onderdirecteur, Salim Jaber, zich over me ontfermt.

P1030736

Eerst krijg ik een rondleiding.

Van de kerk waar de 420 leerlingen iedere  morgen om 7.30 uur de dag beginnen gaan we door naar de lagere school.

Kleuters zitten op de grond in een kleurig lokaal en kijken nauwelijks op als ik binnenkom.

“We besteden veel aandacht aan milieu en ecologie”, vertelt Jaber als we over het prachtig onderhouden terrein lopen.

We zorgen dat we onze spullen kunnen hergebruiken. We helpen mee als vrijwilligers in de parken hier in het dorp. De school is nu eenmaal onderdeel van de gemeenschap. In tijden van nood hebben we als gaarkeuken gefunctioneerd en nog altijd is het helpen van behoeftigen vervlochten met ons onderwijs. Zo kunnen ouders die het schoolgeld van  800 euro niet kunnen betalen helpen met spullen voor onze winkel. In de winkel  liggen de schappen vol keramiek, kaarsen, kerststalletjes van olijfbomenhout en decoraties voor kerstmis.

Ik ben op weg naar de picknicktafel om met leerlingen te praten als ik tegen een Britse mevrouw bots. Ze is hier om de muziekdocenten op te leiden in muziektherapie. “We gebruiken muziek bij ADHD, verlegenheid maar ook bij trauma verwerking”, vertelt ze.

Wetenschap

“Leerlingen kiezen aan het eind van het vierde jaar ofwel voor een praktijkrichting ofwel voor de richting kunst of wetenschap”, vertelt Jaber. Arabisch, Engels en godsdienst zijn verplicht.

Op mijn vraag of er ook over het jodendom wordt geleerd, schudt de leraar ontkennend het hoofd. “Net zo min als moslims wat over het christendom leren of christenen wat over de islam.”

Leerlingen kunnen met een aanvullend examen direct tot een universiteit in Duitsland worden toegelaten. Ik schuif bij aan de picknicktafel in de binnentuin waar  leerlingen van de hoogste klassen en een paar leden van het leerlingenparlement op me wachten.  Hun toekomstdromen verschillen niet veel van de leerlingen in Nederland: grafisch ontwerper, iets met internationale betrekkingen, vertaler. Alleen de locatie van de studie is ver van huis.

Stuk voor stuk kiezen ze voor de Verenigde Staten, Canada of Duitsland. Een enkeling voor Jordanië. “Er is hier weinig toekomst”, zegt Sara Bassam (17) schouderophalend. Als ik vraag hoe dat is als ze straks in het buitenland met joodse studenten zullen studeren, reageren ze verbaasd. Sara: “Gewoon, zoals je met iedereen studeert. Hier kunnen we niet samenleven, maar daar is het heel normaal.”

P1030733

Het leerlingenparlement houdt zich bezig met de keuze van het jaarlijkse uniform en problemen tussen leerlingen onderling of met een leraar”, vertelt Elias Boulos (17).  “Wij proberen dan te bemiddelen.” Zaken als wifi op school of je smartphone gebruiken in de les zijn geen zaken voor het parlement. “Nee dat zouden we wel willen, maar dat krijgen we hier nooit voor elkaar”, lachen ze. “Hopeloos ouderwets hier.”

Met Jaber loop ik naar zijn Engelse les. Hij werkt full time. Dat zijn 28 lessen van 50 minuten. Iedere woensdag zijn er voor alle leraren twee uur ingeroosterd voor professionalisering en workshops”, vertelt hij. Dan staan we in de klas. “De leerlingen staan braaf op als hij binnenkomt en begroeten hem in het Engels met ‘goodmorning mister teacher’. 

De les in het boek gaat over een in mijn ogen macaber onderwerp:  dingen die je gedaan moet hebben voor je dood.

De leerlingen mogen kiezen tussen zwemmen met de haaien, Machu Pichu bezoeken, het noorderlicht zien of in een formule 1 wagen rijden.  Dan steekt het meisje uit de linkerrij haar vinger op en vraagt: “Wat vinden Nederlanders eigenlijk van ons?”

Categorieën:Israël, Journalistieke verhalen, SamenlevingTags: , , , , , , , , ,

4 Comments

  1. jvanpoederooijen@yahoo.com

    Ha Anneke,

    Opnieuw een mooi verhaal. Dank.

    Met vriendelijke groet, Jan

    Op 20 dec. 2012 om 11:12 heeft Stories of a global villager het volgende geschreven:

    > >

    • aldert1946

      Een verrassende ontmoeting en een verrassend en verademend verhaal. Het perspectief voor de jeugd is dramatisch, maar ze gaan er relaxt mee om. Leuk dat zo’n jong meisje jou zo kan verrassen en met die eenvoudige vraag. Overal waar ik ben geweest stelde mij op enig moment wel die vraag en ik ben heel wat minder reislustig geweest. Het antwoord hangt altijd een beetje af van het publiek vond ik. Jeugd blijft ook onder moeilijke omstandigheden hopen en kijken naar de toekomst en dat is ook daar voor de toekomst van het hele proces tussen de verschillende groepen hoopgevend.
      Dank en groet,
      Aldert

      • Dank Aldert, de vraag vond ik lastig omdat veel mensen in Nederland zeer pro-Israël zijn. De vraag was ook vanuit dat perspectief gesteld. Hoe moest ik een jong meisje duidelijk maken waarom een volk voor israël en tegen Palestijnen is? Hoe formuleer ik dat?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s