Afscheid van mijn moeder

Ik zelf zou nooit hebben bedacht dat mijn moeder, die volop in het leven stond, op een zomerdag in juli zou overlijden. Ik bedoel daar had ze toch helemaal geen tijd voor? Er moest nog gebeeldhouwd worden in Friesland, en eerlijk gezegd werd het stilletjes wel weer eens tijd voor een tentoonstelling.

En dan was er nog die reis naar New York met de kinderen in oktober voor haar 75e verjaardag. Stiekem had ze er jaren voor gespaard.

Kroniek van mijn moeders dood

Als ik de kroniek van mijn moeders dood had moeten schrijven, had ik het heel anders laten verlopen. Ik had ergens rond haar 100e laten verdwijnen, struinend tussen de kunstschatten van Isfahan, of zachtjes wegdommelend met een glaasje thee in een joert in Mongolië.

Een beetje zoals mijn oma dat deed. Glaasje wijn bij het eten. Restantje wijn keurig met wat plastic afdekken, dan in bed stappen om nooit meer te ontwaken. Een beeldhouwwerk van een Maya vrouw half af in de schuur, in de tuin een verdwaalde schep naast een bak plantjes die nog gepoot moesten worden. Rode fuchsia’s met paarse kelkjes. Op de keukentafel de National Geographic losjes op de stapel borduurtips en een beduimeld kerstrecept.

Kunstschatten

Mijn broer en ik zouden dan maanden ploeteren door haar kunstschatten uit Syrië, Myanmar en India, door haar kasten vol kunsthistorische boeken, haar schelpencollecties, haar volkenkundige verzamelingen, haar tekeningetjes van werveldieren en kikkers. Allen vakkundig gehuisvest in een museum dat zij en wij haar huis noemen.

En dan zouden we op het ene geheim na het andere stuiten. Wist jij dat mam met een eervolle vermelding voor Duits van school is gegaan? Nee maar wist jij dat mam al die overreden kikkers die de kinderen uit de buurt in onze brievenbus dumpten in de hoop dat zij, de biologe, ze weer beter kon maken, stiekem bewaarde en natekende? Wist jij dat ze ieder jaar jaarboeken maakte en daarbij foto’s van Facebook haalde iedere keer dat wij iets bijzonders deden? Wist jij dat ze van plan was met rollator en al naar Corsica te gaan?

Geheime minnaar

Er zou wellicht een geheime minnaar opduiken waarvan wij al evenmin weet hadden. Een Italiaan fantaseerden we of een Engelsman. Mogelijk bevindt u zich vandaag hier in ons midden. Mocht u zich kenbaar willen maken, we zullen u omarmen.

Maar de scenarioschrijver van mijn moeders dood, was een tweederangs auteur. Hoe kun je nou iemand die altijd bezig was met bridge, met beeldhouwen, met het stuken van een muur, het verwijderen van onkruid in mijn veel te grote tuin, met het planten van nog meer bollen, met het opvangen van een van mijn kinderen, in kleine beetjes laten sterven tot die persoon niet meer is?

Kwaliteit van leven

Een mens hulpeloos wachtend op de dood. Haar dwingen voor het eerst van haar leven niks te doen. “Ik wil dit niet”, zei ze met haar laatste restje energie. “Dit is geen kwaliteit van leven, dit is geen leven.” En ze had gelijk.

Aanvankelijk ging mijn moeder ook niet akkoord met het scenario van de B-auteur.

In november werd ze ziek. Mijn moeder die nooit ziek is. Als ik haar bel en ze plichtmatig afraffelt dat heus alles prima gaat, hoor ik aan haar ijle stem dat t mis is. De dag daarvoor heeft ze me laten weten, tussen neus en lippen door, dat de dokter had gebeld. Bij een routinecheck hadden ze iets aan haar bloedwaarden gezien.

Mijnenveld

Als ik vijf minuten later bij haar op de stoep sta, heb ik het gevoel in een mijnenveld te zijn beland. Mijn moeder dropt bom na bom. Droge hoest. Al een maand. Boem. Bij het weggaan nog een: “Wil jij even mijn jurk bij de kleermaker afgeven? Ik ben in een maand 10 kilo afgevallen.”

Waarom heb ik dat niet eerder gezien? Ik, die notabene om de hoek woon. Mijn moeder, zullen we weldra ontdekken, was een meester in verbloemen en verbergen.

Bijnier

Longkanker met uitzaaiing naar de bijnier en een vlekje in de hersenen. “Wat is een bijnier?” had ik gevraagd om ook maar iets te zeggen na die verpletterende uitslag. Mijn moeder was tenslotte biologe.

“Wil je wijn” vroeg ze in plaats van te antwoorden. “Nee mam, het is pas half drie. “Gek”, had mijn schoonzus gezegd. Dat half drie geen goed moment is om te drinken. Je drinkt toch ook om half een en om half vijf. We waren in lachen uitgebarsten. De sfeer luchtig met grappen.

Verder met leven

En met de voortvarendheid van mijn moeder ging ze verder met leven. “Hoe lang nog?” vroegen wij de artsen. Maar artsen branden zich daar liever niet aan. Dus vroegen we het Google. “Gemiddeld 3 maanden vermeldde het wereldwijde web. Mijn moeder ging ondertussen verder met het voorbereiden van het kerstdiner, bridgen met diverse maatjes, beeldhouwen, naar een poëzie-voordracht in de Gasthuiskerk waarbij we in de pauze stilletjes wegslopen omdat ze ineens bedacht had dat ze nog bollen wilde planten.

Ze bestelde wietolie met hoge THC, nam 3 shotjes en reed knetterstoned naar Intratuin om een kerstboom te kopen en zichzelf op appeltaart te trakteren.

Terminaal

Want de medische stand mocht haar dan wel terminaal hebben verklaard, zij was er nog even helemaal niet klaar voor. Mijn houten tuinstoelen moesten tenslotte nog geschuurd worden, ze moest nog met mijn broer naar het ABN-tennistournooi, en er moest nog ergens iemands huis geschilderd worden.

Tussen de bedrijven door werd ze geprikt, gescanned, gefotografeerd en onderging ze chemo. “Kanker, je hebt er verdorie een dagtaak aan. Ik heb wel wat anders te doen”, klaagde ze dan. Met de dood op de hielen, werden ook haar grappen en haar zelfspot prominenter. Gierend van de lach kwam ze dan de ziekenhuisgang op waar ik op haar opwachtte. “Ik heb nou toch iets stoms gedaan: ik ben met m’n zonnebril op het scanapparaat gegaan. Dacht al wat is het donker in zo’n ding.”

Mevrouw Rat

Toen mijn broer, in wat haar laatste week zou worden mijn neef wilde bellen, riep ze verontwaardigd: je hoeft niet te bellen, ben nog niet dood hoor.”

In het ziekenhuis werd haar naam tot haar ontzetting steevast verbasterd tot een knaagdier. Ja mevrouw Rat we leggen u nu even aan het infuus. Rathé, riepen wij dan werktuigelijk. En mopperde mijn moeder dan: “Je zegt toch ook niet caf in plaats van café.

Ik denk dat het Slingelandziekenhuis in Doetinchem nog nooit zo’n patiënt als mevrouw Rat op de oncologische afdeling heeft gezien. Mijn moeder was een ware Parisienne. Op hoge hakken, gestoken in een mantelpakje schreed ze naar de chemo. Bijpassende tas.  Rinkelende juwelen. De knappe longarts Hugo ging nog net niet fluiten. Alsof ze naar een receptie ging. De dood hield je nu eenmaal in stijl op afstand.

Tumoren in de longen

En ze had gelijk. De tumoren in de longen namen af. Wonderbaarlijk, vond ook de longarts. Mevrouw Rat haalde haar schouders op. Zij had het toch altijd al gezegd. Gewoon positief blijven en doorgaan. “Zie je wel, het is maar goed dat ik mijn abonnement op de krant nog niet heb opgezegd”, zei ze dan triomfantelijk.

Dat mijn moeder in geleende tijd leefde, werd drie weken geleden pijnlijk duidelijk. Er was die verdomde pijn in de knie. Een bezoek aan het ziekenhuis bracht de genadeklap: er was een tumor in de knie geconstateerd. En ook de tumoren in de longen waren weer in volle omvang terug. Ditmaal waren er geen harde grappen, geen het komt wel goed, maar slechts stil gesnik.

Hulpbehoevend wrak

Ikzelf was op weg naar IJsland, toen de uitslag kwam.“ Laat je even weten dat je goed bent aangekomen?”, zei mijn moeder, zoals ze vroeger altijd deed.

De tumor in haar knie deed haar geestelijk de das om. En toen ging het hard. Van een onafhankelijke vrouw veranderde mijn moeder in een hulpbehoevend wrak. Niet meer kunnen lopen, zelfs niet meer kunnen draaien in je bed. In haar ogen las ik de verslagenheid, de woede om het scenario van de B-auteur.

Laatste hoofdstuk

“Scheur dit laatste hoofdstuk er maar uit”, zei haar blik. En toen nam ze het heft in eigen handen. Ze sloot haar ogen en liet los.

Soms moet je gewoon gaan

als je gezondheid je vrijheid berooft

als het plezier in je leven, stilletjes aan dooft.

Mam, laat je nog even weten of je goed bent aangekomen?

Mijn moeder overleed op 30 juli 2017. Dit was mijn speech voor de begrafenis. De foto is door haar gemaakt in Peru en door haar uitgekozen voor de rouwkaart.

 

 

 

20 Comments

  1. Francine

    Wat kan je toch mooi schrijven/ vertellen en dus ook als het emotioneel zo dichtbij is: je weet de juiste woorden te vinden en er een pracht verhaal van te maken. Je moeder kan trots op zo’n begaafde dochter zijn. Ik weet nu ook van wie je het reusvirus hebt georven.
    Sterkte en moge jou herinneringen aan haar je altijd bij blijven.

  2. ewaldjozefzoon

    Jouw verhaal heeft me erg ontroerd, Anneke! Dit heb je zó mooi verteld! Alsof ik erbij was. Ik wens jou, Henk en de kinderen nogmaals heel veel sterkte de komende tijd.

  3. Jan van Poederooijen

    Ha Anneke,

    Gecondoleerd met het overlijden van je moeder. Je hebt een mooie kroniek geschreven. Ik kende je moeder niet. Nu wel. Een mooie vrouw. Veel sterkte en geniet van de mooie herinneringen.

    Met vriendelijke groet (uit Oeganda), Jan.

    >

  4. inekedingemans

    Wow Anneke, je hebt altijd het vermogen om mij in een karretje naast je te laten zitten als je iets schrijft. Nu doet het zitten in het karretje pijn. De pijn komt keihard binnen en het karretje voelt ineens alsof ik een voyeur ben. Het komende jaar sta je waarschijnlijk ergens aan de grond en denk je: even mama bellen om te vertellen dat ik goed ben aangekomen en dan wordt de telefoon niet opgenomen, of erger nog: hij is dan afgesloten. Lieve Anneke, nogmaals heel veel sterkte!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s